Lagere school

In de lagere school bundelen we de algemene vakken in periodes: Nederlands, wiskunde, geschiedenis… Tijdens enkele weken verdiepen de leerlingen zich met de hele klas in één vak, alle dagen van de week gedurende de eerste uren van de dag. Die aanpak maakt het mogelijk een onderwerp langs verschillende kanten te benaderen en op vele kunstzinnige manieren te verwerken. Wat eigen is gemaakt, vindt zijn vervolg in vaklessen en oefenuren om geoefend, geuit en geautomatiseerd te worden.

Daarom is er later op de dag ruimte voor vaklessen als talen, muziek (blokfluit, samenspel, koorzang…), toneel, schilderen, vormtekenen, tekenen, boetseren, lichamelijke opvoeding en handwerken. Zo proberen we een groot pallet aan kwaliteiten aan te spreken. Dat zowel op intellectueel, artistiek als motorisch vlak.